< p>

Wetsvoorstel verplichtstelling vertrouwenspersoon ingediend bij de Tweede Kamer

21 oktober 2020

Op 7 oktober heeft Wim-Jan Renkema van GroenLinks een wetsvoorstel ingediend bij de Tweede Kamer dat beoogt om werkgevers te verplichten een vertrouwenspersoon te benoemen. De verplichting tot het benoemen van een vertrouwenspersoon ziet op het waarborgen van een veilige werkomgeving en in het bijzonder op het voorkomen van ongewenste omgangsvormen. Voorbeelden daarvan zijn discriminatie, racisme, seksuele intimidatie, intimidatie, agressie en geweld en pesten. Dit wetsvoorstel ziet op het verplicht aanstellen van een vertrouwenspersoon ongewenste omgangsvormen en niet op die van een vertrouwenspersoon integriteit. Zie voor het onderscheid deze eerder door mij geschreven blog.  In de memorie van toelichting van dit wetsvoorstel wordt goed uitgelegd waarom het zo belangrijk is om deze wet door te voeren. Ruim 1,2 miljoen werknemers krijgen te maken met ongewenste omgangsvormen op het werk. Het percentage Nederlandse werknemers dat wordt geconfronteerd met ongewenste omgangsvormen blijft al jaren hangen op 16%. Ongewenste omgangsvormen kunnen leiden tot (langdurige) psychische klachten en arbeidsverzuim.

Vertrouwenspersoon verplicht

In het wetsvoorstel is opgenomen dat werkgevers een of meerdere werknemers moeten benoemen als vertrouwenspersoon. Wanneer het aanwijzen van een interne vertrouwenspersoon niet mogelijk is, wordt de werkgever verplicht een externe vertrouwenspersoon te benoemen. De OR of een personeelsvertegenwoordiger krijgt instemmingsrecht met betrekking tot het benoemen, verlengen en beëindigen van de benoeming tot vertrouwenspersoon.

Niet op alle werkgevers van toepassing

De verplichting tot het aanstellen van een vertrouwenspersoon is niet van toepassing op werkgevers die in totaal niet meer dan 40 uur per week werknemers in dienst heeft. Dit maximum urenaantal heeft betrekking op alle werknemers. Dit betekent dat iedere werkgever die 1 fte of meer in dienst heeft, al onder deze wetgeving valt.

Taken van de vertrouwenspersoon

In het wetsvoorstel worden de taken van de vertrouwenspersoon genoemd:

  • het opvangen, begeleiden en adviseren van de werknemer, en zo nodig doorverwijzen naar een professionele hulpverlenende instantie of hulpverlener;
  • het zo nodig inschakelen van een deskundige of bemiddelaar bij conflicten die verband houden met ongewenste omgangsvormen;
  • het adviseren over en behulpzaam zijn bij eventueel verder te nemen stappen door de werknemer, bedoeld in het eerste lid, en verlenen van nazorg;
  • het signaleren van knelpunten in de uitvoering van het beleid, het verstrekken van inlichtingen over de mogelijkheden tot voorkoming en bestrijding van ongewenste omgangsvormen, en het geven van gevraagd of ongevraagd advies aan de werkgever en de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging, over de bedoelde ongewenste omgangsvormen;
  • het geven van voorlichting ter zake van ongewenste omgangsvormen, en informatie over de inhoud van de functie van de vertrouwenspersoon en diens bereikbaarheid; en
  • het jaarlijks uitbrengen van een verslag van bevindingen aan de werkgever en de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging.

Hoewel het merendeel van de taken al gangbaar is voor veel vertrouwenspersonen, valt mij op dat in het wetsvoorstel expliciet wordt voorgesteld dat de vertrouwenspersoon een adviserende rol krijgt naar de werknemer toe. Veel vertrouwenspersonen begeleiden medewerkers, leggen uit wat hun mogelijkheden zijn wanneer er sprake is van ongewenste omgangvormen, maar geven juist geen advies. De werknemer zelf is degene die bepaalt wat er moet gebeuren.

Positie van de vertrouwenspersoon

In het wetsvoorstel worden werkgevers verplicht om vertrouwenspersonen in staat te stellen om onafhankelijk en zelfstandig de functie uit te voeren. Daarbij geldt dat zij voldoende in gelegenheid moeten worden gesteld om deskundig te worden en dat zij voldoende tijd krijgen om hun functie goed uit te kunnen voeren. Wanneer in voorkomend geval de werkgever het advies van de vertrouwenspersoon niet opvolgt, moet de werkgever dit gemotiveerd aangeven. En daarnaast krijgt de vertrouwenspersoon eenzelfde arbeidsrechtelijke bescherming als OR leden hebben. De vertrouwenspersoon heeft op grond van het wetsvoorstel een verplichting tot geheimhouding. Helaas is dit niet doorgetrokken tot verschoningsrecht. Dat moet de vertrouwenspersoon nog steeds zelf goed regelen in het benoemingsdocument.

Proces

Op 12 maart van dit jaar werd de internetconsultatie gestart. Nu ligt het wetsvoorstel voor bij de Tweede Kamer. Voordat het in de Kamer wordt behandeld zal het door de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid behandeld worden. De commissie zal dit wetsvoorstel in behandeling nemen na ontvangst van het advies van de Raad van State en de reactie van de initiatiefnemer.

Advies

Dit wetsvoorstel ziet op het verplichtstellen van de vertrouwenspersoon ongewenste omgangsvormen. Werkgevers waar doorgaans meer dan 50 werknemers werken hebben een verplichting tot het inrichten van een ‘Regeling vermoeden melden misstand’ op grond van de Wet Huis voor Klokkenluiders. Een goede praktische invulling van de verplichtingen uit de Wet Huis voor Klokkenluiders leidt tot het benoemen van een vertrouwenspersoon integriteit. Organisaties zouden er voor kunnen kiezen om zowel een vertrouwenspersoon ongewenste omgangsvormen als een vertrouwenspersoon integriteit aan te stellen. Ik adviseer om dat niet te doen. Het is veel beter om een vertrouwenspersoon beide rollen te laten vervullen omdat ongewenst gedrag kan overgaan naar integriteitszaken en andersom. Het zou heel verdrietig zijn om een medewerker met een vraagstuk door te moeten sturen naar een andere vertrouwenspersoon. Probeer dat te voorkomen en zorg daarom dat de vertrouwenspersoon beide thema’s kan behandelen.

Wilt u meer informatie? Neem contact met ons op.

Gerelateerde informatie

Aandachtspunten bij de implementatie van het nieuwe model klokkenluidersregeling van de Pensioenfederatie

Aandachtspunten bij de implementatie van het nieuwe model klokkenluidersregeling van de Pensioenfederatie

Op 19 oktober heeft de Pensioenfederatie een nieuw model voor een klokkenluidersregeling opgesteld. Ik heb het nieuwe model doorgenomen en deel in dit artikel mijn bevindingen. Het model is een overzichtelijke regeling geworden en voldoet aan de eisen zoals gesteld in de Wet huis voor klokkenluiders. Wanneer je het model wilt aanpassen naar de situatie van je pensioenfonds, dan adviseer ik om onderstaande aandachtspunten mee te nemen in de overwegingen.

Betere bescherming van klokkenluiders onder nieuwe klokkenluidersrichtlijn

Betere bescherming van klokkenluiders onder nieuwe klokkenluidersrichtlijn

In het najaar van 2019 berichtten wij over de publicatie van de Europese ‘klokkenluidersrichtlijn’ (hierna: de richtlijn). De lidstaten hebben tot 17 december 2021 de tijd om deze richtlijn te implementeren. Hoewel Nederland met de Wet Huis voor Klokkenluiders voorop loopt wat de bescherming van klokkenluiders betreft, noopt de richtlijn ook in Nederland tot aanpassingen van de huidige wetgeving.

Wordt de vertrouwenspersoon wettelijk verplicht?

Wordt de vertrouwenspersoon wettelijk verplicht?

Wordt het aanstellen van een vertrouwenspersoon ongewenste omgangsvormen een wettelijk plicht? Als het aan Tweede Kamerlid Wim-Jan Renkema  (GroenLinks) ligt wel. Hij diende op 12 maart jl. een wetsvoorstel in die iedere werknemer in Nederland het recht geeft op toegang tot een vertrouwenspersoon.

Send this to a friend