< p>

Nationaal Anti-witwascongres 2022

23 juni 2022

Dit jaar vond het Nationaal Anti-witwascongres plaats op 14 juni in het NBC in Nieuwegein. Maar liefst 142 deelnemers konden we verwelkomen, wat het een levendig congres maakte. Kennis en ervaringen werden tijdens en ook zeker tussen de verschillende sessies uitgewisseld. Voordat we een kort verslag met je delen, eerst een kort verhaal. 

Een verhaal over boter en leiderschap

Over het leven van Michiel de Ruyter is veel geschreven. Veel mensen kennen hem als de legendarische zeeheld, die verschillende zeeslagen succesvol wist te besluiten. Zo is er natuurlijk de historische Tocht naar Chatham, waar onder zijn bevel de Engelse vloot volledig werd verrast. Het Engelse vlaggenschip ‘Royal Charles’ werd over de Noordzee naar Nederland gesleept. De spiegelversiering van het schip is bewaard gebleven en is altijd nog te zien in het Rijksmuseum. Een ander mooi verhaal over het leven van Michiel de Ruyter kan ik me nog goed herinneren uit mijn basisschooltijd. Het gaat over de tijd in het leven van Michiel waarin hij actief was als koopvaarder. In die tijd waren de Duinkerker kapers berucht om hun niets ontziende zucht naar kapen en roven. Michiel was met zijn schip, volgeladen met een flinke hoeveelheid boter, op weg naar Vlissingen. En ook nu sloegen de Duinkerker kapers toe. Michiel wist dat hij met zijn schip geen schijn van kans had tegen de kapers. Ondanks de hachelijke situatie dacht hij een flink eind ‘out of the box’ en gaf het bevel om het dek van zijn schip in te smeren met boter. Hierdoor werd het dek natuurlijk spiegelglad, wat het innemen van het schip op zijn minst zou bemoeilijken. Daarnaast gaf hij zijn mannen de opdracht om hun schoenen uit te trekken en zich op wollen sokken over het dek te verplaatsen. Dat gaf hen veel meer grip. Op deze  verrassende manier wist Michiel de aanval van de Duinkerker kaper af te slaan en het schip zelfs over te nemen. Voor mij is dit verhaal een voorbeeld van leiderschap: schets een beeld van de situatie, analyseer de opties en durf buiten de box te denken en waar nodig verrassende keuzes te maken. 

Een deuk slaan in een pakje boter

Het NAWC stond dit jaar in het teken van reflecteren en vooruit kijken. Het NAWC brachten we op een andere manier in verbinding met boter, zoals te lezen valt in de blog ‘Een deuk in een pakje boter’ van mei 2022. Eén van de centrale vragen aan de sprekers was om de deelnemers mee te nemen in een andere kijk op de witwasbestrijding in Nederland. Hieronder een kort verslag van de verschillende bijdragen van die dag. 

Na de opening van dagvoorzitter Bart de Koning trapte David Langenkamp zijn verhaal af door de hedendaagse stand van zaken in de witwasbestrijding te vergelijken met die van de begindagen van de lopende band van de Ford Motor Company. Je kon in die tijd een T-Ford bestellen in elke kleur, zolang hij maar zwart was. De boodschap van deze vergelijking is dat we misschien wel te veel vasthouden aan bekende methoden en technieken. David nodigde zijn gehoor uit eens verder te kijken en bijvoorbeeld hiervoor het Cynefin model te gebruiken. Dit model wordt vaak toegepast in strategische besluitvorming en is bedacht door Dave Snowden. Aan de hand van de vier kwadranten van dit model, eenvoudig, gecompliceerd, complex en chaos, gaf David stof tot nadenken. Immers hoe goed denken we nu eigenlijk de witwasproblematiek in beeld te hebben? Weten we alles al? Zijn alle technieken en methoden al zo bekend, dat we deze op een heel efficiënte manier kunnen ontdekken en daarmee ook effectief kunnen aanpakken? De vraag stellen is hem ook beantwoorden: dat weten we zeker nog niet. In sommige gevallen zijn technieken en methoden wel degelijk duidelijk. Die situaties vallen in het segment ‘eenvoudig’: oorzaak en gevolg zijn bekend. De efficiënte manier van werken in dit kwadrant vergeleek David met de werkwijze van de mier. 

Maar soms zijn oorzaak en gevolg pas na grondige analyse vooraf te identificeren. Hiervoor zijn experts nodig die de organisatie wijzen op bijvoorbeeld nieuwe en meer complexe methoden en technieken. Deze situaties vallen in het kwadrant gecompliceerd en de werkwijze valt goed te vergelijken met dat van de havik. In een aantal anders situaties kunnen we pas achteraf vaststellen dat de organisatie is misbruikt voor het witwassen van criminele gelden. Deze situaties vallen in de kwadranten complex en chaos: het werkterrein van de vleermuis. De vleermuis gebruik echolocatie voor de jacht, een manier die goed te vergelijken is met de manier van werken in deze situaties. Geconstateerde incidenten worden nader onderzocht, op basis waarvan nieuwe kennis word ontwikkeld, die vervolgens weer kan worden ingezet. 

David gaf aan, dat er geen specifieke voorkeur bestaat voor één werkwijze. Een organisatie zou er goed aan doen alle drie de werkwijzen in de gereedschapskist op te nemen. Waar vaak nu enkel de werkwijze van de mier wordt gevolgd, zou het dus goed zijn het repertoire uit te breiden met de werkwijze van de havik en de vleermuis. Een duidelijk pleidooi voor betere analyse van data die of vooraf of achteraf beschikbaar is en deze kennis te delen om zo met elkaar nog effectiever te kunnen acteren. 

Na de bijdrage van David nam professor Jaap Schaveling het woord. Jaap presenteerde om te beginnen het aantal relaties dat tussen mensen in een betrekkelijk kleine groep mogelijk is. Ter illustratie: het aantal perspectieven op één op één relaties waarbij de persoon zelf niet betrokken is, telt bij een groep van 20 mensen al op tot 3420. De wereld is complex en wordt eigenlijk alleen nog maar meer complex. Het is de vraag of onze hersenen dat allemaal wel aankunnen. Wetenschappers hebben berekend dat we maximaal 150 situaties aankunnen. In onze hersenen leven we spreekwoordelijk nog op de steppe. Systeemdenken geeft in deze complexe wereld houvast door patronen te leren herkennen waar je zelf ook deel van uitmaakt. Je leert door deze soort analyses dat jouw handelen effect heeft op anderen. 

In verschillende groepen waar we deel van uitmaken, zoals in de groep van je collega’s, zoeken we vaak de meest gebruikelijke, makkelijke oplossingsrichting. We stellen onvoldoende de vraag naar het hogere doel van deze oplossingen, de zogenaamde ‘eikel-vraag’ zoals Jaap dit noemde. Door het stellen van dit soort vragen en meer kijken naar hoe we elkaar nodig hebben, kunnen we onbedoelde tegenwerking door anderen voorkomen en waar nodig repareren. 

 Jan Veldsink neemt het roer hierna van Jaap over. Op een bevlogen en energieke wijze gaat Jan in op de witwasproblematiek bij banken. Hij constateert een vast patroon, waarin steeds maar weer wordt gekozen voor het inhuren van meer mensen op basis van het ingrijpen van de toezichthouder. Deze nieuwe mensen vragen om duidelijke instructies, wat zich uit zich in het aanleggen van allerlei vinklijstjes en checklists. Het werken volgens deze checklists en vinklijstjes laat de operatie steeds verder afdrijven van het eigenlijke doel: witwasbestrijding. Dit leidt vervolgens weer tot wederom ingrijpen van toezichthouders en het spelletje begint opnieuw. Het systeem gaat en blijft draaien. Steeds meer mensen betekent steeds meer regels, waardoor het probleem steeds slechter wordt aangepakt. Dit is de definitie van een lapmiddel, het probleem wordt niet opgelost, maar verergert. 

Een onbedoeld neveneffect van dit systeem is dat interne afdelingen elkaar gaan bevechten, het krijgt kenmerken van een verslaving: medewerkers in de uitvoering lijken vervangbaar en uitwisselbaar; alle aandacht gaat uit naar consultants en capaciteit. Om het probleem structureel op te lossen zou juist veel meer aandacht moeten zijn voor het versterken van de interne competenties volgens Jan. Jan eindigt zijn boodschap met de oproep je vooral te richten op wat je kunt beïnvloeden. De politiek en toezichthouder kun je moeilijk veranderen. Maar in je eigen team kun je er wel mee starten. 

Als derde spreker kondigt de dagvoorzitter Simon Lelieveldt aan. Simon is een bevlogen compliance professional die niet terugdeinst voor een grondige analyse van situaties waarin verschillende wetten en regels elkaar in de wielen dreigen te rijden. Zoals zoveel organisaties in het vakgebied van de witwasbestrijding al dagelijks merken, er zit spanning tussen de anti-witwasmaatregelen en de eisen die worden gesteld aan de bescherming van persoonsgegevens. Simon wil op geen enkele manier het belang van witwasbestrijding te niet doen, maar hij roept op om als een havik het hele veld te bekijken en niet een te nauwe blik te hanteren. Het veld is breder dan alleen het beeld door de ogen van de witwasbestrijding. Zo complimenteert Simon de FIU bijvoorbeeld met het intrekken van het eerder door FIU ingediende verzoek om ook Burgerservicenummers (BSN) te verstrekken bij het doen van een melding van een ongebruikelijke transactie. Om de blik van de congresgangers verder te verbreden roept hij op eens te kijken naar bijvoorbeeld het Nationaal Plan Mensenrechten,  waarin toch echt staat vermeld, dat ‘de overheid moet zorgen dat beleid en regelgeving voldoen aan mensenrechtennormen. Daarom is er aandacht voor dit onderwerp in het Integraal afwegingskader voor beleid en regelgeving (IAK), dat moet worden toegepast bij het maken van nieuw beleid en regelgeving.’ En verder: ‘Onderdeel van de rechtmatigheidstoets in het IAK is een ‘Checklist grondrechten’ die behulpzaam kan zijn bij de toetsing aan hoger recht, waaronder mensenrechtenverdragen.’ In onderdeel 7 van deze checklist staat vervolgens de voor dit vraagstuk relevante vraag:  “Is de beperking noodzakelijk in een democratische samenleving?” 

Simon besluit zijn interessante betoog met een viertal gouden tips: 

  1. Stap af van het concept Poortwachter: de grootschalige informatieverzameling is niet gerechtvaardigd onder de AVG en opsporing is een strafrechtelijke taak die thuishoort bij politie en OM; 
  2. Zorg dat de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) en de Algemene Rekenkamer (AR) onderdeel worden van het systeem. Betrek hen bij wetgeving, uitvoering en toezicht; 
  3. Stop met onrechtmatige en datavervuilende melding van objectieve indicatoren: het gebruik van objectieve indicatoren volgt niet uit de Europese witwasrichtlijn en in de praktijk blijkt dat 91% van de verdachte transacties wordt opgespoord op basis van een subjectieve indicator; 
  4. Meld alleen nog verdachte transacties: het EU-recht spreekt van ‘verdachte transacties’. In Nederland hebben we dat geïnterpreteerd als ‘ongebruikelijke transacties’, waardoor we veel te veel melden. De FIU krijgt vervolgens veel data en moet zelf uitzoeken welke transacties als verdacht moeten worden aangemerkt. Als straks de Europese wetgeving directe werking heeft, dan wordt het melden van ‘verdachte’ transacties de norm. 

 Met deze tips en de bijdragen van de eerste drie sprekers vers in het geheugen genieten we van een heerlijke lunch in de bar en op het terras van het NBC. Frisse buitenlucht en goede gesprekken met andere deelnemers maken dat we uitzien naar de themasessies in de middag. 

Hoe verfrissend is dat? Een toezichthouder waarvan velen in het vakgebied toch zeggen, dat ze altijd meer, meer en meer willen, komt nu met de boodschap dat het soms ook best wat minder mag. De risicogerichte benadering van witwasbestrijding is op internationaal niveau (SNRA), nationaal niveau (NRA), organisatorisch niveau (SIRA) en klantniveau (cliëntenonderzoek) van belang. Het houdt plat gezegd in, dat de meeste aandacht en beheersing moet uitgaan naar de grootste risico’s. Tegelijk betekent dit dus ook, dat kleinere risico’s toe kunnen met minder ingrijpende maatregelen. En dat is vaak waar de schoen wringt in de praktijk. In een interactief gesprek riepen Lisanne en Richard de deelnemers van deze themasessie op vooral te kijken naar het onderscheid tussen doel en middel. Op het moment dat het middel een doel op zich wordt dreigen we het eigenlijke doel (witwasbestrijding) uit het oog te verliezen. Tegelijk vergt het werken volgens dit principe het vooraf inschatten van risico’s, waarbij je met elkaar bewust moet zijn van het idee dat je er dus achteraf ook naast kunt zitten. Hoe vergevingsgezind zijn we met elkaar en welke impact kan een dergelijke verkeerde inschatting hebben op de relatie tussen een onder toezicht staande organisatie en de toezichthouder? Krijg je automatisch een maatregel opgelegd als achteraf blijkt dat je een witwasconstructie niet hebt opgemerkt? Slaan we in onze maatregelen van nu niet veel te vaak door naar het te hoog inschatten van risico’s, puur om maar aan de veilige kant te zitten als er eens een toezichthouder langs komt? Over deze vragen is ook na deze themasessie veel doorgepraat, waarbij ook Lisanne en Richard aangaven waardevolle inzichten te hebben opgedaan. Wat zou het mooi zijn als niet alleen de deelnemers eens anders tegen de realiteit aankijken, maar dit congres ook tot andere inzichten bij de toezichthouder leidt. 

Veel deelnemers aan de themasessie over TBML hebben het herkend. Je ziet een aantal betalingen, waarvan je wel vermoed dat er iets niet aan klopt, maar de vinger op de zere plek leggen lukt nog niet zo goed. Een voorbeeld: een handelsmaatschappij levert een goed aan partij A, terwijl daarna partij B de factuur betaalt. Wat zou hier mogelijk aan de hand kunnen zijn en hoe is deze situatie mogelijk in verband te brengen met witwassen? Erwin en Daniëlle namen hun gehoor mee in de soms verrassende wereld van het gebruik maken van handelsstructuren voor het witwassen van geld. 

 Het gaat bij deze breed toegepaste vorm van witwassen meestal niet zozeer om het goed dat in het spel is. Het gaat om het verplaatsen van geld. Het is lastig te schatten, maar experts denken dat aan de hand van TBML jaarlijks wereldwijd honderden miljarden euro’s worden witgewassen. Best interessant dus om je eens in te verdiepen aangezien de kans zeer groot is dat ook jij dossiers onder ogen krijgt waarbij TBML een rol speelt. 

 De verschillende technieken die onder de noemer TBML vallen zijn: 

  • Onder- en overfactureren 
  • Onder- en oververschepen 
  • Phantom transacties (niets verschepen maar wel factureren) 
  • Meervoudig factureren 
  • Cash integration 
  • Third party payments 

Een lastigheid bij het bepalen of je met TBML te maken hebt is dat betrokken partijen (zoals een financiële instelling) vaak een klein deel van de totale handelsketen inzichtelijk hebben. Wel is er een aantal red flags te beschrijven, waar Erwin en Daniëlle dan ook nader op in gingen. Rode draad is dat bij veel TBML methoden en technieken gebruik wordt gemaakt van (soms slechts schijnbare) handel in goederen waarvan de waarde lastig objectief vast te stellen is. 

Om dit alles te illustreren behandelden Erwin en Daniëlle een leerzame casus, waaruit bleek dat je soms eerder met TBML te maken kunt hebben dan je denkt. Inzicht in het gehele plaatje is dan wel een must. Goed om aan het denken gezet te worden wat je kunt doen om dat te bereiken. 

In deze themasessie gaf David Langenkamp een verdiepend vervolg aan zijn pleidooi van de ochtend. Hij benadrukte dat de mens een belangrijke rol speelt in zowel het witwassen zelf als de bestrijding ervan. En over het gedrag van mensen valt veel te vertellen.  Zo nam David ons mee langs verschillende onderzoeken, inzichten en overwegingen: 

Daniel Kahneman beschreef het denken van de mens aan de hand van twee systemen, systeem 1 en systeem 2. De mens handelt in een groot aantal situaties onbewust/automatisch volgens systeem 1. Als het moeilijk wordt en de mens is zich daar van bewust, dan wordt het handelen rationeel, dat is systeem 2. Dit beïnvloedt de effectiviteit en kwaliteit van maatregelen, omdat de mens van nature vanuit systeem 1 handelt en dus een sterke focus heeft op bekende patronen; 

  • Vanuit de ‘beschikbaarheidsheuristiek’ betoogde David dat recente ervaringen of observaties ons waarnemingsvermogen beïnvloeden. Als je vorige week een STAK (stichting administratiekantoor) voorbij zag komen die betrokken was bij een ongebruikelijke transactie, begin je niet objectief met het beoordelen van een volgende STAK in een ander dossier; 
  • Gedragswetenschappers onderkennen verschillende biases, waar we in het AML vakgebied rekening mee moeten houden, zoals: 
  • De bevestigingsbias: vanuit ervaringen bouwt iedereen een vooringenomenheid op, die leidend is bij elke beoordeling. Als je meerdere STAK’s als verdacht hebt gedefinieerd, zoek je bij de volgende beoordeling van een STAK naar bevestiging van je eigen vooringenomenheid. Met soms een incorrecte beoordeling als gevolg;
  • De ‘What you see is all there is’-bias: vanuit je ervaringen heb je een beeld en word je daardoor onbewust blind en doof voor andere signalen die buiten je eigen ervaringswereld liggen. 

Alsof dat nog niet genoeg was om de luisteraars wakker te schudden beschreef David het experiment van de marshmallow. Dit is een experiment waarin kleuters het opnemen tegen CEO’s en studenten in het bouwen van een toren van droge spaghetti, tape en een marshmallow. Wie de hoogste toren maakt wint. De kleuters gaan gewoon doen en via trial en error bouwen ze de hoogste toren. De studenten en CEO’s besteedden de beschikbare tijd aan denken, praten en kwamen niet aan bouwen toe. 

Met deze lessen in het achterhoofd kregen de drie eerder gepresenteerde rollen mier, havik en vleermuis een nieuwe dimensie. Het is van belang dat je beseft in welk Cynefin kwadrant je bezig bent. De vraag is of je de juiste dingen doet die bij de situatie passen. 

De genoemde biases kunnen bijvoorbeeld invloed hebben gehad op de business rules die we als mieren volgen en monitoren. De vraag is of die business rules (nog) afdoende zijn. Dat vereist dan een periode in de rol van havik, om overzicht te krijgen en van daaruit te analyseren wat nodig is. En dat kunnen dezelfde maar ook andere/aangepaste business rules zijn. 

De rol van havik vereist een multidisciplinaire aanpak, waarbij commercie, compliance, operations en dergelijke betrokken zijn. De inbreng van mensen met een criminele achtergrond (ethical money launderers) zou eigenlijk ook welkom zijn, zoals hackers dat zijn bij penetratietests in het vakgebied van cybersecurity bijvoorbeeld. Sommige bedrijven hanteren war games als methode om criminele toepassingen te ontdekken in hun diensten/producten. Intensief, maar zeer waardevol. Het is duidelijk dat criminelen creatief zijn in het bedenken en uitvoeren van nieuwe methoden om geld wit te wassen.  

David heeft de deelnemers aan zijn themasessie aan het denken gezet: we moeten als poortwachters eerst zorgen dat we de goede dingen doen, en dan er aan werken om die dingen dan ook goed te doen. Met de hulp van de inzichten uit deze themasessie zetten de haviken en vleermuizen een stap voorwaarts, waarna de mieren de operationele uitvoering op zich kunnen nemen. 

Jaap Schaveling en Jan Veldsink gingen tijdens deze themasessie nader in op systeemdenken in relatie tot de uitdaging waar veel instellingen voor staan als het gaat om witwasbestrijding. In de themasessie gingen Jaap en Jan met name in op de onderdelen ‘lapmiddel’ en ‘verslaving’. Hierbij stond de vraag centraal: “Wat zou je op individueel niveau kunnen doen?” 

Met lapmiddel wordt de situatie bedoeld, dat je dacht dat de gekozen oplossing dé oplossing was, maar dat deze met neveneffecten gepaard blijken te gaan. Daarmee is het probleem dus niet opgelost en blijkt de gekozen oplossing een lapmiddel. Systeemdenken is een soort risicoanalyse: wat zijn de neveneffecten van de handelingen die ik verricht? Het is een kwestie van balanceren. 

In het kader van witwassen betekent dit bijvoorbeeld, dat op een gegeven moment niet eerder ontdekte witwasgevallen naar voren komen. Om dit naar de toekomst toe te voorkomen worden – als een soort Pavlov reactie bij bestuurders – meer controles, dossiers en regels ingericht. Hierdoor neemt de kans om te leren van dit soort gevallen drastisch af. Hiermee gaat het niveau van kennisontwikkeling en kwaliteitstoepassing naar beneden. Het gevolg hiervan is dat er meer incidenten zullen plaatsvinden. Witwasgevallen worden niet of minder snel ontdekt, op basis waarvan het idee opkomt om er dan maar meer mensen bij te zetten. Hierdoor worden vervolgens weer meer controles ingericht, enzovoort. Dit soort processen voltrekt zich via een “reinforcing loop” of de “versterkende loop”. De deelnemers aan de themasessie waren het met elkaar eens dat te weinig informatie delen met elkaar dit systeem in stand wordt gehouden. 

Met verslaving wordt bedoeld, dat aandacht voor het echte probleem en de echte oplossing wordt weggetrokken door symptoombestrijding. Het idee is dat de organisatie verslaafd raakt aan het bestrijden van symptomen. Volgens Jaap is cultuur ook een vorm van verslaving: “zo doen wij het hier”. In de regel wordt vaak niet de vraag gesteld of het wel klopt wat we doen. Jaap suggereert om eens een loopje te tekenen. Daarmee kun je bepaalde inzichten krijgen over je eigen handelen en de invloed daarvan op anderen: welke neveneffecten heeft jouw manier van het oplossen van problemen? Jan neemt vervolgens het stokje over en gaat verder met de “verstrikkingen waardoor we ongewenste patronen creëren”. De toelichting van Jan ziet met name op de mentale modellen van mensen en de manier waarop ze tegen aankijken waardoor het systeem van ongewenste patronen in stand blijft. Tip van Jan is om jezelf daarom de vraag te stellen: “Hoe komt het dat ik op deze manier aankijk tegen … ?” 

Hierna wordt de Abilene Paradox toegelicht. Het voorbeeld geeft aan, dat we (te) vaak denken dat we het allemaal eens zijn, maar dat is ook (te) vaak helemaal niet zo is. Het is de situatie waarin het collectief “ja” zegt, maar de individuen zeggen: “nee, slecht plan”. Desondanks gaan de individuen niet tegen het collectief in. Om deze cyclus te doorbreken is het de vraag hoe je het onbespreekbare bespreekbaar maakt: durf je tegen het collectief in te gaan?

Jan licht de volgende loop toe. Veel van wat nu in de samenleving gebeurt komt door verwachtingen. Als verwachtingen uitkomen, dan geeft dat zelfvertrouwen. Verwachtingen moeten ook uitkomen. Verwachtingen geven verlangen naar controle, angst voor het gevoel van het onverwachte, bedreiging en rigiditeit: “Ga ik dit overleven?”. Hoe vaker verwachtingen uitkomen, hoe groter het gevoel wordt het te overleven. Daarom zouden we de controle los moeten laten, niet allemaal hetzelfde moeten willen doen. Het zou goed zijn om de wereld wat meer te “verrommelen”. Omdat we niet accepteren dat er toeval bestaat, er dingen kunnen afwijken, accepteren we geen fouten. Er is letterlijk sprake van zero tolerance. En dat is toch een bekende zinssnede in de risk appetite van veel organisaties als het om witwassen gaat? Jan benadrukt daarom, dat we moeten ophouden met te generaliseren en de schuld van dingen die niet goed zijn of gaan neer te leggen bij bijvoorbeeld DNB, de banken of managers. Door beschuldigingen te uiten plaats je de instelling, de subgroep of de persoon buiten de groep terwijl we elkaar juist nodig hebben. Het gaat niet om leiders, maar het gaat om leiderschap in deze tijd: verruim daarom je blik, wees nieuwsgierig! 

Jaap en Jan roepen gezamenlijk op om de volwassen rol op te pakken met elkaar, waarbij we elkaar moeten helpen. Wil je in die volwassen positie terecht kunnen komen, reduceer dan stress door het toepassen van het aloude rust, reinheid en regelmaat. Leer de hengel van systemisch denken te gebruiken in plaats van altijd de vis te eten. Vis eten is slechts een korte termijn oplossing. 

Volgens de inleider van deze themasessie, Maarten de Borst, is dit dè tijd om een financial te zijn. We staan aan het begin van de ontwikkeling van totaal nieuwe financiële instrumenten: de virtual assets. 

In deze themasessie ging Maarten in op NFT’s: Non Fungible Tokens. NFT’s zijn hot. Deze digitale certificaten op een blockchain maken het mogelijk om onder andere muziek, kunst en verzamelobjecten digitaal verhandelbaar te maken. Er worden recordbedragen voor NFT’s neergeteld en daarmee lijkt deze nieuwe technologie een ideaal instrument om te witwassen. 

Digitaal bezit is geen vorm van geld, want het wordt niet uitgegeven door de Staat. Het is ook geen grondstof in termen van commodity als goud, zilver. Het is immers niet tastbaar. Ook is het (nog) geen  financieel product. Het is ook meer dan een digitaal muntje. Het zijn fysieke netwerken van duizenden apparaten die digitaal communiceren. Het is een infrastructuur om waarde te vermeerderen. 

‘Non fungible’ betekent dat het token uniek is en niet kan worden vervangen door een ander, identiek item. Een NFT heeft alle kenmerken van een verzamelobject. Het is uniek, het gaat om het verzamelen van irrationele zaken. Het is een digitaal eigendomsbewijs, een verwijzing naar een ‘vereeuwigd’ plekje op het internet. NFT’s zijn 100% digitaal, er vindt geen fysieke overdracht plaats en kunnen naar alles verwijzen, zoals bijvoorbeeld foto’s, video’s, of een link naar concertstream.  

Vanwege de ongereguleerde handel wordt crypto vaak in verband gebracht met criminaliteit. Toch is het aandeel van crypto in het totaal van criminele geldstromen vermoedelijk heel klein. In 2021 is het aandeel zelfs gedaald tot 0,15%. Dit komt doordat blockchains in wezen openbaar zijn, er steeds betere tooling is om de informatie beschikbaar en inzichtelijk te maken en de kennis over dit onderwerp toeneemt.  

Maarten neemt de deelnemers aan de themasessie mee langs een aantal bekende red flags in cliëntenonderzoek waarbij virtuel assets, zoals NFT’s zijn betrokken: 

  • Aan- en verkopen die terug te herleiden zijn naar hetzelfde walletadres; 
  • NFT’s die voor veel geld zijn verkocht, maar waar online (via Twitter/Instagtram/Google) weinig over gepubliceerd is en/of informatie over te vinden is. 

Op basis van de laatste inzichten roept Maarten op om van KYC (Know Your Client/Customer) te bewegen naar KYT: Know your Transaction. KYC is volgens Maarten niet genoeg, met specifieke software zoals Cyphertrace zijn transacties te achterhalen, identificeren en te analyseren. Met deze inspirerende blik op een voor velen nieuw en onbekend fenomeen heeft Maarten de deelnemers voldoende stof tot nadenken (en wellicht ook in actie komen) gegeven. 

Ten slotte

Aan het einde van de dag, genietend van een afsluitende borrel, hebben we samen vastgesteld, dat er nog voldoende verbeterpotentieel is als het gaat om de witwasbestrijding in Nederland. We besloten dat samenwerking hierin cruciaal is: “Alleen samen slaan we die deuk in het figuurlijke pakje boter.”  

Graag nodigen we je uit om op basis van de inzichten van het NAWC in jouw omgeving te kijken wat jij kunt doen om een waardevolle bijdrage te leveren. Als je hierbij ook eens je opties buiten de gebaande paden durft te verkennen en vragen te stellen die je normaal gesproken niet direct zou stellen, dan is deze dag meer dan geslaagd.  

Natuurlijk verwelkomen we je graag weer bij een volgende editie van het Nationaal Anti-witwascongres. 

Wilt u meer informatie? Neem contact met ons op.

Gerelateerde informatie

Een deuk in een pakje boter

Een deuk in een pakje boter

Hoeveel is ervaring nog waard? Wellicht vragen de (bijna) pensionado’s van nu zich dat wel eens af. Je zou toch zeggen dat we kunnen leren wat in het verleden al ernstig mis is gegaan. Niet alleen voor bedrijven geldt dat, maar ook in internationaal opzicht.

senior compliance & privacy adviseur

senior compliance & privacy adviseur

Send this to a friend