< p>

Huis voor klokkenluiders nog te mild voor bedrijfsleven

04 augustus 2017

Het meldpunt voor misstanden op de werkvloer bestaat nu ruim één jaar. Betrokkenen zien gebrek aan gezag en pleiten voor een snellere parlementaire evaluatie dan de wet voorschrijft.

Het was niet de minste die plotseling stevig uithaalde naar het Huis voor klokkenluiders. Oud-voorzitter van de Onderzoeksraad voor Veiligheid, Pieter van Vollenhoven, liet op radiozender BNR weten er “tamelijk ongelukkig” mee te zijn. Het meldpunt voor werknemers die misstanden willen aankaarten, heeft nog niet het gezag en de afschrikwekkende werking waarop bij de start werd gehoopt.

Van Vollenhoven staat niet alleen in zijn kritiek. Het Huis, een zelfstandig bestuursorgaan, kampt met grotere ambities dan met het geringe aantal personeelsleden kan worden waargemaakt. Bovendien kent de wet waarmee het Huis per 1 juli 2016 werd ingesteld enkele hardnekkige weeffouten die het werk bemoeilijken.

Stoom en kokend water
“Aan de toestroom van meldingen ligt het niet”, vertelt Paul Loven, voorzitter van het Huis. “De groei vlakt nu een beetje af na de vloedgolf in de eerste maanden. We zitten nu op 800 meldingen. Nog altijd twee keer zoveel als we voor het hele jaar hadden voorzien.”

Het Huis heeft verschillende taken. Er kan na een melding in eerste instantie advies worden gegeven aan de melder, maar als de zaak ernstig genoeg is, kan ook besloten worden een onderzoek te starten. Daarnaast verplicht de wet bedrijven met meer dan vijftig werknemers om een klokkenluidersregeling in te stellen.

Bovenstaande opsomming maakt het volgens Loven logisch dat nog niet alles optimaal functioneert: “Het huis is onder stoom en kokend water tot stand gekomen. We hebben het hele jaar door meer mensen moeten aannemen: we zitten nu op 15 medewerkers en daar komen de komende maanden nog zo’n drie mensen bij.”

Te weinig onderzoeken
De meldingen zijn keurig verdeeld over publieke en private instellingen. Bij bedrijven betreft het voornamelijk gevallen van fraude en diefstal. In de publieke sector gaat het merendeel van de klachten over klokkenluiders die benadeeld worden nadat ze een melding hebben gedaan.
Vooral de advisering is overtuigend ter hand genomen. Daarentegen zijn slechts 10 onderzoeken gestart. Te weinig, vindt Tweede Kamerlid Ronald van Raak (SP), een van de belangrijkste initiatiefnemers voor de wet die de komst van het Huis mogelijk maakte. “Op het gebied van advisering doet het Huis fantastisch werk. Maar ze kan wel veel meer onderzoek doen naar de misstanden zelf. Ze hebben de wettelijke bevoegdheid zelf organisaties door te lichten, maar kunnen ook anderen, zoals inspecties en toezichthouders, vragen om onderzoek te doen en dat zelf te begeleiden. De komende periode moeten ze daarin doorpakken.”

Manco
Een probleem is wel dat het Huis bij bedrijven veel minder verregaande bevoegdheden heeft dan in de publieke sector, zegt Maartje Govaert, advocaat bij Norton Rose Fullbright. Ze schreef mee aan een pre-advies voor het wetsvoorstel en assisteert bedrijven bij onderzoek naar aanleiding van klokkenluidersmeldingen. “Bij publieke instellingen mag het Huis documenten opvragen en mensen ondervragen, bij private bedrijven is dat niet zo makkelijk. Ze mogen zeggen met wie ze willen spreken, maar als een bedrijf niet mee wil werken heeft het Huis geen andere mogelijkheid dan een kort geding beginnen. Het onderzoeksrapport blijft anoniem en de aanbevelingen hoeft het bedrijf niet over te nemen. De melder kan met het rapport onder de arm naar de rechter stappen, maar de rechter is niet aan de conclusie van het Huis gehouden.”

Loven erkent dit manco gedeeltelijk: “Bij private bedrijven zijn we afhankelijk van de medewerking van het bedrijf, maar bij de onderzoeken die nu lopen treffen we tot nu toe willige werkgevers. De reputatieschade kan behoorlijk zijn als ze de hakken in het zand steken.”

Om het mildere regime in de wetgeving voor het bedrijfsleven op te lossen, pleit Van Raak om het Huis nu al te evalueren in plaats van over vijf jaar, zoals in de wet is opgenomen. Ook Govaert pleit voor een snellere evaluatie.

In een reactie zeggen werkgeversclubs VNO-NCW en MKB-Nederland het nog te vroeg te vinden ‘om nu al wezenlijk te kunnen evalueren en al de conclusie te trekken dat meer regels of bevoegdheden nodig zijn’. Huis-voorzitter Loven steunt het pleidooi voor een snelle evaluatie wel, maar formuleert tegelijkertijd een andere ambitie: “Mijn doel is bedrijven een nieuwe ‘licence to operate’ te laten ontwikkelen. Dus dat naast bijvoorbeeld inkoopcriteria de klokkenluidersregeling net zo belangrijk wordt gevonden.”

Bron: FD

Gerelateerde informatie

Reflectie in actie

Reflectie in actie

De coronacrisis raakt ons allemaal, met name de zorg is momenteel wekelijks in het nieuws. Hoe gaat het met de aanpak van de coronacrisis? En hoe zit het met (werk)druk? Naast deze vragen word er ook met een vergrootglas gekeken naar het bestuur in de zorg. Hoe gaan zij met de huidige situatie om? Wat vraagt de coronacrisis van bestuurders in de zorg? En hoe ziet de toekomst eruit?

Pionieren voor compliance officers

Pionieren voor compliance officers

Compliance officers die over willen stappen naar organisaties buiten de financiële sector staat vaak een mooie uitdaging te wachten. Veel van datgene wat al ingericht is bij financiële organisaties moet bij organisaties in andere branches nog uitgewerkt worden. Zij beginnen als pioniers van scratch af aan.

Buitenspel: witwassen, corporate governance en het gebrek aan regulering in het voetbal

Buitenspel: witwassen, corporate governance en het gebrek aan regulering in het voetbal

Voetbal en witwassen zijn begrippen die steeds vaker met elkaar worden geassocieerd. Een blik op de krantenkoppen uit het voorjaar van 2019 suggereert dat de sport een criminaliteitsprobleem heeft. Lees in dit artikel van Peter Steenwijk meer over de kwetsbaarheid van de voetbalsector voor de instroom van crimineel geld.

Send this to a friend