< p>

De interne strijd tussen wat goed is en wat goedgepraat kan worden

06 november 2018

neutralisatietechniek 2Neutralisatietechniek 2: ontkenning van schade
Hoe kunnen mensen cognitieve dissonantie voor zichzelf wegnemen? Ofwel: hoe praten mensen niet integer handelen goed tegenover zichzelf? Daar zijn verschillende manieren voor. Na de eerder besproken ontkenning van verantwoordelijkheid, komt in deze blog de volgende neutralisatietechniek aan bod: ontkenning van schade.

Bezint eer ge begint – hoe het negatief kan uitpakken
Deze techniek werkt eigenlijk heel simpel: mensen die niet integer handelen, vertellen zichzelf (voor, tijdens of na de handeling) dat er eigenlijk niet echt sprake is geweest van schade. Dat neemt de ernst van de situatie natuurlijk wel weg. Of zoals de bedenkers van de zogeheten neutralisatietheorie, Sykes en Matza, het zelf zo mooi kunnen omschrijven: “For the delinquent, wrongfulness (of his behaviour) may turn on the question of whether or not anyone has clearly been hurt by his deviance, and this matter is open to a variety of interpretations.” Nu wil ik natuurlijk niet iedere niet-integere gedraging binnen een financiële instelling gelijk trekken met delinquentie, maar de boodschap is bij beide gevallen in principe wel dezelfde. Het komt erop neer dat zowel delinquenten als niet-integere personen waarschijnlijk voor zichzelf, bewust of onbewust, nagaan of hun gedrag daadwerkelijk tot schade zal leiden of heeft geleid. Bij veel gedragingen komen beiden uit op het antwoord ‘nee’.

Neutraliseren in een simpel stappenplan
Het is voor u misschien lastig om van het bovenstaande een voorstelling te maken. Daarom geef ik u een voorbeeld van een bankmedewerker. Bedenkt u nu eens dat die bankmedewerker aandelen heeft in één van zijn beursgenoteerde klanten. Ik zou me in dit geval zomaar kunnen voorstellen dat de gedachtegang van de bankmedewerker als volgt zou kunnen gaan:

  1. Vraag: Is het schadelijk voor anderen als ik geen melding van mijn aandelen maak bij compliance? Antwoord: Niet per definitie.
  2. Vraag: Maar wat nu als ik betrokken ben bij de overname van die betreffende klant door een groter bedrijf? En daarmee eigenlijk een zogenoemde insider ben geworden? Is het dan schadelijk om geen melding te maken bij compliance? Antwoord: Nog steeds niet per definitie.
  3. Vraag: En wat nu als ik meer aandelen ga inkopen omdat ik weet wat er staat te gebeuren en ik een koersstijging verwacht? Is dat dan schadelijk voor anderen?

Slimme handel of ondermijning van integriteit in de financiële sector?
Vooral het laatste punt kan leiden tot de ‘variety of interpretations’. Als bankmedewerker in deze situatie denk je waarschijnlijk “makkelijk cashen”. In hoeverre zeg je dan tegen jezelf: “Ho eens even, dit schaadt de integriteit van de financiële sector”? En als die gedachte in je opkomt, zeg je toch gewoon tegen jezelf dat het slimme handel is, die niks te maken heeft met de integriteit van de financiële sector. Bovendien, al heeft het daar wel mee te maken, hoe erg is dat nou eigenlijk? Het is niet dat er een slachtoffer of schade aan te wijzen is. Toch?

“Zo erg is het niet…”
En dat is precies hoe de gedachtegang van ‘ontkennen van schade’ werkt. “Zo erg is het toch allemaal niet” en “niemand heeft er eigenlijk echt last van” zijn veelgehoorde neutralisaties die mensen aan hun eigen gedragingen toekennen.

Het positieve aan het hele verhaal is dat gedrag kan worden beïnvloed. Als aan de werknemers wordt uitgelegd waarom een regeling voor, in dit geval, privébeleggingstransacties is opgesteld – met aandacht voor het belang van integriteit van de markt – zullen negen van de tien werknemers wel begrijpen waarom ze privébeleggingen moeten melden en willen zij dit ook doen. Echter, een deel van de werknemers blijft in deze situatie altijd een risicofactor. Deze betreffende medewerkers moeten dus op een andere manier overtuigd worden om toch melding te maken van hun privébeleggingen.

Hoe we het gedrag van mensen kunnen beïnvloeden en ze kunnen overtuigen om zich anders te gedragen, bespreken we in de laatste blog van de serie. Maar zover zijn we nog niet, want neutralisaties kunnen op nog drie andere manieren plaatsvinden. Volgende week bespreken wij in blog nummer 4 de volgende neutralisatietechniek: ontkenning van het slachtoffer.

Jasmijn Vis
Junior Compliance Officer

Wilt u meer informatie? Neem contact met ons op.

Jasmijn Vis

Gerelateerde informatie

De rollen van ‘vertrouwenspersoon integriteit’ en ‘vertrouwenspersoon ongewenste omgangsvormen’ zijn prima te combineren

De rollen van ‘vertrouwenspersoon integriteit’ en ‘vertrouwenspersoon ongewenste omgangsvormen’ zijn prima te combineren

In deze serie blogs schrijf ik over misverstanden die er bestaan over de rol van vertrouwenspersoon. In deze editie behandel ik het misverstand dat de rollen van ‘vertrouwenspersoon integriteit’ (VPI) en de ‘vertrouwenspersoon ongewenste omgangsvormen’ (VPO) beter niet gecombineerd kunnen worden.

De compliance officer is onze vertrouwenspersoon

De compliance officer is onze vertrouwenspersoon

Er bestaan nog wat misverstanden over de rol van vertrouwenspersoon. Ik merk dat sommige organisaties in de veronderstelling zijn dat de vertrouwenspersoon een verplichting is . Of soms wordt de vertrouwenspersoon als meldloket gezien of benoemd. Of wordt slechts één van de twee type vertrouwenspersoonrollen ingevuld; of alleen die van vertrouwenspersoon ongewenste omgangsvormen of die van vertrouwenspersoon integriteit.

De vertrouwenspersoon is geen verplichting. Nog niet.

De vertrouwenspersoon is geen verplichting. Nog niet.

In deze eerste blog schrijf ik over het misverstand dat het benoemen van een vertrouwenspersoon verplicht is bij organisaties. Om dat misverstand meteen maar te ontzenuwen: het is niet verplicht om een vertrouwenspersoon te benoemen, althans nóg niet. Sommige organisaties, zoals het Huis voor Klokkenluiders in hun rapport over vertrouwenspersonen, hebben opgeroepen om het benoemen van een vertrouwenspersoon verplicht te laten stellen, maar zo ver is het nu nog niet.

Send this to a friend